Dat Stevig Ouderschap effectief is, blijkt uit de randomized controlled trial onder 500 gezinnen. De belangrijkste uitkomsten van dit onderzoek:

Risico op ernstige opvoedingsproblematiek neemt af

In 22% van de bezochte gezinnen is een halfjaar na afloop van de huisbezoeken het risico op ernstige opvoedingsproblematiek afgenomen. In de gezinnen, die eenzelfde risicoprofiel hadden, maar geen huisbezoeken kregen, is dit slechts 8%.

Betere fysieke en psychosociale ontwikkeling


Ouders in de bezochte gezinnen melden een betere fysieke en psychosociale ontwikkeling van hun kind. Deze is zelfs vergelijkbaar met de ontwikkeling van kinderen in gezinnen die niet voor ondersteuning in aanmerking komen. De meeste verbetering wordt gevonden in gezinnen met een eerste kind, gezinnen met grote zorgen om het kind en gezinnen met een groot aantal stressoren.

Meer empathische interactie en minder fysieke strafmaatregelen


De huisbezoeken leiden tot meer empathische interactie juist in díe gezinnen die het grootste risico op opvoedingsproblematiek tonen. Ook zeggen juist díe ouders, die bij de start de zwaarste draaglast ervoeren, door de huisbezoeken vaker alternatieven gevonden te hebben voor fysieke strafmaatregelen.

Vroegtijdige toeleiding naar minder zware zorg 


Als gevolg van de huisbezoeken wordt meer gebruik gemaakt van psychosociale professionele ondersteuning (zoals schuldhulpverlening, maatschappelijk werk en relatietherapie) en minder vaak van medische zorg.

Beter toegerust voor het ouderschap

In een follow-up onderzoek 5 jaar na afronding van de bezoeken zeggen ouders nog steeds zich beter toegerust te voelen voor hun ouderlijke taken. Ze verschillen in hun beleving van het ouderschap niet langer van een populatie gezinnen die bij de geboorte van hun kind niet in aanmerking kwamen voor huisbezoeken. Als gevolg van de huisbezoeken is de situatie voor ouders dus genormaliseerd.

  •  “Ik wou dat mijn moeder dit had gehad toen ík klein was”