Vlak na de geboorte van hun kind krijgen alle ouders, tijdens het kennismakingsgesprek met de jeugdverpleegkundige van het consultatiebureau, een korte vragenlijst. De vragen richten zich op bekende risico’s voor opvoedingsproblematiek, zoals jeugdervaringen met mishandeling, persoonlijke problemen en sociale isolatie. Als uit de antwoorden en het advies van de jeugdverpleegkundige blijkt dat zij in aanmerking komen voor extra ondersteuning, krijgen zij Stevig Ouderschap aangeboden.

Kwetsbare groepen

Elk jaar maken zo’n 65.000 gezinnen met pasgeboren kinderen kennis met de methode Stevig Ouderschap. Hiervan komt gemiddeld 7% in aanmerking voor de huisbezoeken en maakt 4% er ook echt gebruik van. Van de ouders die meedoen aan Stevig Ouderschap is 21% jonger dan 25 jaar, 20% alleenstaand en 38% van niet-Nederlandse afkomst. Uit onderzoek blijkt dat dit de meest kwetsbare groepen ouders zijn.

Voorspellende waarde

De vragenlijst heeft een goede voorspellende waarde voor latere problemen in gezinnen. De betrouwbaarheid van de vragenlijst is vastgesteld door gezinnen die níet in aanmerking kwamen voor Stevig Ouderschap te vergelijken met gezinnen die wél in aanmerking kwamen voor extra ondersteuning, maar hiervan geen gebruik hebben gemaakt. Uit de vergelijking blijkt dat gezinnen die niet hebben deelgenomen meer problemen vertonen:

  • Na twee jaar is 1,2% van deze gezinnen bij Veilig Thuis gemeld en na zeven jaar 7,3%. (In gezinnen die niet in aanmerking komen zijn deze percentages respectievelijk 0,1 en 1,5%).
  • Na zeven jaar hebben de ouders in deze gezinnen een negatievere beleving van het ouderschap en zijn zij duidelijk minder tevreden over het gezinsfunctioneren.

Kinderen uit deze gezinnen hebben als zij 7 jaar oud zijn duidelijk meer gedragsproblemen, problemen met leeftijdsgenoten en last van hyperactiviteit. Hun problematiek valt ook opvallend vaak in het zogeheten ‘klinisch gebied’ van de SDQ (Strength and Difficulties Questionnaire).

  •  “Ik was heel blij met de bezoeken. Dank u wel. Vroeger schreeuwde ik veel en gaf soms een tik, nu schreeuw ik bijna niet en geef vaak iets lekkers en zeg ‘goed zo’ tegen mijn kind en we moeten vaak lachen.”